Stille luisteraar op het gewelf

Stille luisteraar

Via twitter was er de vraag naar ‘een stille luisteraar’. De vraagsteller had tijdens een concert in de kerk van Oosternieland zijn oog laten vallen op een figurale schildering aan het einde van de gewelfboog en vroeg zich af wat het was. Uiteraard hebben we de achtergrond van deze figuur opgezocht en de vraag naar eer en geweten beantwoord waarvan dit mij nog het meest aansprak:
Gewelven hebben in de zwikken vaak openingen naar de dakconstructie van de kerk. Handig als waterafvoer maar ook als ventilatie en als akoestische versterkers. Het lag daarom voor de hand rond de zwikopeningen mensengezichten te schilderen, met de opening als mond, die spuugde, blies en riep. Waarschijnlijk is dit zelfs oorspronkelijk het uitgangspunt geweest voor het schilderen van zulke gezichten. Er komen immers ook talloze maskers voor die niet meer met een zwikopening in verband kunnen worden gebracht. Gezichten met grimassen werden zo tot een vast type alternatieve figuren in de versieringskunst. (bron: Muurschilderkunst in Nedersaksen, Bremen en Groningen)

Dezelfde stille luisteraar in de jaren ’80

De vraag bracht mij terug naar de jaren tachtig. Na  onthullingen van gewelven in Midwolde, Godlinze, en Lettelbert, werd in Oosternieland tijdens de restauratie van 1985-87 het gewelf compleet blootgelegd (de laatste tot nu toe in mijn loopbaan). Het deed me destijds een beetje denken aan het toverplaatje van vroeger, misschien weet u het ook nog: met een potlood kraste je zachtjes over een papier en dan kwam er beetje bij beetje een voorstelling te voorschijn. Als klein jongetje had ik nooit het geduld de hele voorstelling te voorschijn te krassen. Hoe anders was het in Oosternieland.

Derde travee voor en tijdens de restauratie

Op de gewelven kwamen kleurrestanten uit twee verschillende kleurperioden te voorschijn: 13e eeuw (bouwtijd) en de 15e eeuw. Nu moet ik eerlijkheidshalve bekennen dat de verrassing niet geheel onverwacht was. Kunst restaurateur Lammert Muller had tijdens een bezoek aan de kerk in 1982 onder het afgevallen pleister (een restauratie was hard nodig) al schilderingen ontdekt waarvan hij vermoedde dat ze wel eens uit de bouwtijd van de kerk konden stammen. De verrassing zat natuurlijk in dat toverplaatje: wát komt er allemaal onder het pleister vandaan!

baksteenimitatie op triomfboog

Dat varieerde van baksteen imitatie, decoratieve en figuratieve versieringen tot restanten van wijdingskruizen.

plakkaat kalk als hechtingsmateriaal

De wijdingskruizen dateren uit de eerste kleurperiode (bouwtijd) toen de wanden naar alle waarschijnlijkheid ongepleisterd waren. Om de schildering toch te laten hechten werd allereerst ter plekke een plak kalk aangebracht.
Kleurresten uit de tweede periode vonden we onder anderen op de wanden rond ramen.

Kleur van raamomlijsting plus versiering

Kleurresten 2e periode op gordelboog

Verder werden op bogen, zuilen en ribben resten van schilderwerk uit beide perioden aangetroffen

Koorribversiering

gewelfsluiting na de restauratie

nog meer kleurresten

En een actuele foto van het interieur

Ik zal u alle verdere onderzoek- en restauratiedetails besparen. Wilt u ze toch nalezen dan kan dat uiteraard, de betreffende restauratiedagboeken zijn gedigitaliseerd.
Naar aanleiding van de vraag ben ik vorige week nog weer even in de kerk geweest en zag dat de stille luisteraar wel een opfrisbeurt kan gebruiken, even actie ondernemen dus.

Verder was het van dat verstilde herfstweer. Plaatje!

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s