
Hoe ernstig het gesteld was met het Van Oeckelenorgel in de kerk van Den Andel blijkt wel uit een passage uit het restauratierapport: “Anno 2021 komt het instrument nog slechts ternauwernood en fragmentarisch tot klinken, verkeert het binnenwerk in slechte staat en is er statisch gezien zelfs instortingsgevaar”. Ook wordt nog opgemerkt dat het zeker niet ligt aan de goede zorgen van de orgelmentor en dat het orgel op zich solide is gebouwd. Tuurlijk, het is immers een Van Oeckelenorgel!

De belabberde staat van het orgel was te wijten aan het simpele gegeven dat het eigenlijk nooit is gerestaureerd sinds de oplevering in 1880. Bovendien is het orgel in de loop van de tijd behoorlijk scheef komen te staan. Het stond al scheef toen in 1991-1992 onder de hele kerk een betonvloer op palen is aangebracht vanwege het verzakken van de kerk. En het is nog schever gaan staan omdat een van de balken onder het orgel verzwakt was.

Verder bleek er sprake van krimpschade aan de orgelkast, veroorzaakt door radiatoren die tijdens de restauratie van de jaren negentig zijn aangelegd. Comfortabel voor de kerkbezoeker, maar minder fijn voor het orgel. Een overigens algemeen voorkomend probleem dat goed kan worden opgelost door afspraken te maken over het verwarmen. Een verwarmingsprotocol, zogezegd.

Door orgelmakerij Van der Putten is in de afgelopen maanden veel werk verzet. Ik zal proberen dit kort samen te vatten. Orgelkast en galerij zijn hersteld en waterpas gezet. Van het klaviatuur zijn losgeraakte delen ingelijmd en lacunes aangevuld.

Verder is het zogeheten kernlaken vernieuwd en het gemankeerde klavierdeksel hersteld. De onderdelen van het windtoestel zoals balgen, pomp, drosseling, balgzwikkels (ik moet ineens aan Marten Toonder denken) en windmotor zijn hersteld, evenals de onderdelen van de windlade. Verder zijn alle mechanieken van pedaal en manuaal hersteld en/of aangevuld, en zijn talrijke beschadigingen aan het (originele) pijpwerk, waaronder scheefstand, eveneens hersteld.

Een wellicht aardig ‘weetje’ is dat er op de windbalg 60 stenen waren aangetroffen, waarschijnlijk bij de bouw van het orgel al aangebracht. Deze stenen zijn intussen weer aangebracht en leveren een winddruk van 79 mm. op. De klank van het orgel wordt hiermee door de orgeldeskundigen als ‘Oeckeleaans’ ervaren, maar toch is men nog niet geheel tevreden. Beetje ongepolijst, en een Woudfluit blijkt nogal intensief.

Het wegnemen van wat stenen en daarmee verlaging van de winddruk gaf nog steeds niet het gewenste effect. Wat te doen? Nou, misschien wel een loper op het middenpad, en een kleed voor de preekstoel. Wellicht draagt deze stoffering genoeg bij aan een akoestiek waarin de orgelklanken volledig tot hun recht komen.


Ook leuk om nog even te delen uit de tussenrapportage. Op de hoeden van de “metalen gegekte pijpen” zijn stroken krantenpapier aangetroffen. Daterend van eind september tot begin oktober 1880.
Ten slotte de restauratie van het schilderwerk door restauratieschilders Veltman & Veldman. Het hele orgel is eigenlijk nog zoals het bij de oplevering in 1880 was. Dat willen we zo laten en dus zal het schilderwerk uiterst behoudend worden uitgevoerd. Het bladgoud wordt gereinigd, op hersteld snijwerk wordt bronsgroen opgebouwd, snijwerk en registerknoppen geretoucheerd. Zo maar een greep uit de werkzaamheden.

Pingback: Orgel in Den Andel (Gr.) gerestaureerd - Orgeladvies·